Suikervrij

Ik ben een veelvraat als het op  Netflix aankomt. Van actie tot documentaires, ik kijk veel. Onlangs bingewatchte ik kort achter elkaar twee ingekleurde documentaireseries over de Eerste en Tweede Wereldoorlog. Alsof je met een verrekijker dwars door de tijd heen terug de geschiedenis in kijkt. Het was indrukwekkend en wat mij opviel, naast allerlei andere observaties, was de lichamelijke conditie  van de mensen uit die tijd.

In een aflevering over de Eerste Wereldoorlog liepen vier naakte mannen op het terrein van een kliniek. Ze liepen in een kringetje, bevangen door shell shock. Een tot die tijd redelijk onbekende aandoening dat het gevolg was van dagenlange hevige bombardementen die het zenuwstelsel zo hadden overbelast dat de jonge mannen veranderden in psychische wrakken. De lichamen van deze mannen zagen er sterk en fit uit. Mijn aandacht was beroepshalve gewekt en naar mate de serie vorderde zag ik het ook bij al de duizenden andere mensen, van arbeiders tot soldaten, van huisvrouwen tot kinderen; niemand had overgewicht. Slechts onder legerofficieren of politici kwam een enkele dikkerd voor, maar de meeste mensen waren tanig en rank.

Natuurlijk valt het deels logisch te verklaren. De meeste mensen werkten met hun handen, waren boer, fabrieksarbeider, het werk was lichamelijk vaak zwaar. Maar even doordenkend stelde ik me de wereld van toen voor: er was geen grootschalige doorontwikkelde voedselindustrie.  De meeste mensen aten wat er in de buurt op het land werd geproduceerd. Eenvoudige producten, zonder toevoegingen om het lekkerder of aantrekkelijker te maken.

Nu ben ik een behoorlijk bewust levend mens. Ik eet en kook gevarieerd, nooit uit een pakje, en ik koop verse en meestal biologische producten.  En toch zette deze serie die ik zag me aan het denken.  Want het eten dat op mijn bord ligt is anders dan dat 100 jaar geleden op hun bord lag. Het grote verschil? Suiker! Nu drink ik sowieso geen frisdrank en eet geen chips, beide zitten tjokvol suiker, maar toch was ik nog verbaasd over de hoeveelheid verborgen suiker er in mijn eten zit, biologisch of niet. En dat ik dus meer suiker binnenkreeg dan alleen de twee schepjes in mijn koffie.

Ik besloot radicaal te stoppen met het eten van toegevoegde suiker. Dat is aan de ene kant een kwestie van heel goed de etiketten lezen, als je dat doet zie je dat in bijna alles suiker is toegevoegd: vleeswaren, brood, ontbijtkoek, tomatensoep, mayonaise, en aan de andere kant twee lastige hobbels overwinnen. De een is het voornemen, waarbij je sluwe,  op zoetheid verzotte, geest zich met allerlei smoezen verzet tegen wat komen gaat. En het tweede is de daadwerkelijke stap nemen waarbij diezelfde geest ook weet wat hem te wachten staat. Daarna gaat het redelijk vanzelf. Een groot voordeel, naast dat het gezond is om suikervrij te eten, wat boodschappen doen betreft ben je snel klaar. Van de twaalf schappen in de supermarkt kan je er negen zo voorbij lopen.

Mijn motivatie om geen suiker meer te eten haal ik voornamelijk uit het feit dat ik geen willoze slaaf van de voedingsindustrie wil zijn. Het enige oogmerk van deze industrie is om zoveel mogelijk geld te verdienen, met behulp van  manipulaties, leugens en toevoegingen. Onze gezondheid interesseert ze niets. Ik snoep nu dus helemaal niet meer, drink geen suiker meer in mijn koffie, eet geen vleeswaren of ander broodbeleg waar suiker aan is toegevoegd.  De enige uitzondering is brood waar bijna altijd wel een beetje suiker aan is toegevoegd.  Als intensief sporter heb ik nu eenmaal koolhydraten nodig die ik onder meer uit brood haal. Alleen eet ik veel minder brood, en vaker volle kwark met noten.

Nu, na een maand, voel ik me energieker, helder en alert. Ik slaap goed en heb minder honger tussen de maaltijden door. Deze vorm van bewust leven kost me overigens minder moeite dan ik had verwacht. Met een paar aanpassingen, een beetje inventiviteit en de juiste mind-set is het eigenlijk een eitje – en daarin zit geen suiker, dus dat kan.